Design Research - Geschreven artikel

Theorie achter de bindende factor tussen ontwerpers

In mijn onderzoek naar de magie tussen interactie en visueel ontwerpers ben ik het afgelopen jaar druk bezig geweest met onder andere het vinden van overkoepelende factoren tussen ontwerpers. Deze overkoepelende factoren moeten mij namelijk helpen bij het vinden van de elementen die ons als ontwerpers met elkaar verbind. In het begin van mijn onderzoek kwam ik tot de bindende elementen: emotie, functie en context.

Ik kwam tot deze elementen op verschillende manieren. Zo kwam ik in een expert gesprek met Jan Hoogeveen en Annelies Vlasblom tot het begrip context. Uit het boek Emotional Design – Why We Love (or Hate) Everyday Things[1] van Don Norman kwam ik tot het begrip emotie. In datzelfde boek liep ik tegen het boek van Herbert Read aan, namelijk: Art and industry: the principles of industrial design[2]. Hierin stond functie centraal.

Meer gewicht

Lang zijn deze elementen mijn hoofdfocus geweest. Maar nadat ik het boek van Don Norman had gelezen wilde ik zijn theorie koppelen aan die van mij zodat ik mijn onderzoek meer gewicht kon geven. Wat er uiteindelijk weer voor moet zorgen dat mijn onderzoek meer draagvlak krijgt. Hiervoor heb ik dan ook mijn elementen (emotie, functie en context) herschreven tot zijn drie niveaus. In deze niveaus (emotie, gedrag en reflectie) komen mijn elementen ook terug, maar Norman gaat er een stap dieper op in. Norman schrijft namelijk in zijn boek dat er drie niveaus zijn waarop wij als gebruikers informatie verwerken. Ieder niveau heeft een verschillende impact op ons, maar ieder niveau interacteert ook met elkaar.

Volgens Norman is het meest basale niveau het emotionele, dit is het meest primitieve niveau in ons brein. Als we het over ontwerp hebben bedoelen we hiermee het visuele uiterlijk, dat wat wij kunnen zien. Hoe ziet iets eruit? Kleur, typografie en vorm zijn hierbij belangrijke onderdelen. We oordelen razend snel of iets goed of slecht is, iets mooi of iets lelijk.

Dan is er het gedragsmatige niveau. Op dit niveau praten we over het gebruik, de functionaliteit, de gebruiksvriendelijkheid en de begrijpbaarheid. Hoe het eruit ziet maakt dan niet uit en wat we er van vinden maakt ook niet uit, maar hoe werkt het. Het gaat om hoe plezierig en hoe effectief wij als gebruikers het gebruik ervaren.

Het gene wat het meest diep bij ons als gebruiker zit is het reflectieve niveau. Dit is het niveau dat gaat over de boodschap die een ontwerp op ons overbrengt. We gaan linken leggen met dingen die we kennen uit onze cultuur, onze geschiedenis en met onze persoonlijke ervaringen. Dit reflecteert namelijk op onze zelfbeeld en hoe anderen ons zien. Hier halen ons persoonlijk genoegen uit.

Bijvangst

Ik heb ook nog iets anders over gehouden aan het lezen van deze boeken. In eerste instantie was ik namelijk op zoek naar het “grijze gebied” tussen ontwerpers. Lang heeft deze term ook centraal gestaan in mijn onderzoek. Totdat ik het boek van Herbert Read ben gaan lezen. Dankzij Read ben ik namelijk tot het woord “magie” gekomen. In zijn boek zegt hij namelijk het volgende:

“….it requires a somewhat mystical theory of aesthetics to find any necessary connection between beauty and function.”

(Herbert Read)

Hoewel Read niet echt benoemd wat dat precies is, staat deze “magische theorie” nu wel centraal in mijn onderzoek. En onderzoek ik nu dan ook hoe je als ontwerpers ervoor zorgt je dat er magie in een werkproces ontstaat en dat je deze magie vervolgens vasthoudt? Waarbij de niveaus van Norman (emotie, gedrag en reflectie) hopelijk gaan fungeren als bindende factoren.

< Terug naar het overzicht

[1] Norman, Donald A. Emotional design: Why we love (or hate) everyday things. Basic books, 2004.

[2] Read, Herbert, and Herbert Edward Read. Art and industry: the principles of industrial design. Faber and Faber, 1966.

Master Design - Artikel gelezen

Boek gelezen: Emotional Design

Het boek Emotional Design – Why We Love (or Hate) Everyday Things van Donald A. Norman is zeer relevant voor mijn onderzoek. Dit komt omdat Don Norman van grote invloed is voor mijn onderzoek. Don Norman is directeur van The Design Lab op de universiteit van San Diego in California en staat bekend om zijn expertise op het gebied van design, usability, en cognitieve wetenschap (waar hij al veel publicaties over uitgebracht). Hij is tevens mede-oprichter en adviseur bij de Nielsen Norman Group.

Ik heb in een eerder artikel (Emotie vs. Functie) al aangehaald. Voor mij zijn emotie, functie en de context (het verhaal waarbinnen het zich afspeelt) overkoepelende factoren die alle spelers bindt. Deze zijn los vertaalt naar aanleiding van Don Norman zijn 3 punten voor design:

Behavioral design
The pleasure and effectiveness of use

Reflective design
Self-image, personal satisfaction, memories

Visceral design
Appearance

In mijn Pitch Poster zie je deze items dan ook terug komen.

Naar aanleiding van zijn boek denk ik er namelijk over om emotie, functie en context te herzien en een betere connectie te leggen tussen emotie, functie en context en behavioral, reflective en visceral design. Dit om zo meer gewicht te kunnen geven aan mijn onderzoek, ik kan zo namelijk mijn theorie meer onderbouwen. Hoe dit precies zal gebeuren weet ik nog niet, maar dit neem ik mee in de voortgang van mijn onderzoek.

Ook is dit boek van belang voor mijn Living Atlas. In mijn living atlas ben ik op zoek naar hoe verschillende spelers tegen emotie, functie en verhaal/context aankijken binnen een digitale omgeving en of zij hier op dezelfde manier tegen aankijken. Zo kan namelijk achterhalen of het concept door alle spelers goed wordt begrepen. Zo niet, dan moet ik dit namelijk meenemen in de voortgang van mijn onderzoek.

Lees op de website van de Nielsen Norman Group meer over het boek.

< Terug naar het overzicht