Design Research - Geschreven artikel

Theorie achter de bindende factor tussen ontwerpers

In mijn onderzoek naar de magie tussen interactie en visueel ontwerpers ben ik het afgelopen jaar druk bezig geweest met onder andere het vinden van overkoepelende factoren tussen ontwerpers. Deze overkoepelende factoren moeten mij namelijk helpen bij het vinden van de elementen die ons als ontwerpers met elkaar verbind. In het begin van mijn onderzoek kwam ik tot de bindende elementen: emotie, functie en context.

Ik kwam tot deze elementen op verschillende manieren. Zo kwam ik in een expert gesprek met Jan Hoogeveen en Annelies Vlasblom tot het begrip context. Uit het boek Emotional Design – Why We Love (or Hate) Everyday Things[1] van Don Norman kwam ik tot het begrip emotie. In datzelfde boek liep ik tegen het boek van Herbert Read aan, namelijk: Art and industry: the principles of industrial design[2]. Hierin stond functie centraal.

Meer gewicht

Lang zijn deze elementen mijn hoofdfocus geweest. Maar nadat ik het boek van Don Norman had gelezen wilde ik zijn theorie koppelen aan die van mij zodat ik mijn onderzoek meer gewicht kon geven. Wat er uiteindelijk weer voor moet zorgen dat mijn onderzoek meer draagvlak krijgt. Hiervoor heb ik dan ook mijn elementen (emotie, functie en context) herschreven tot zijn drie niveaus. In deze niveaus (emotie, gedrag en reflectie) komen mijn elementen ook terug, maar Norman gaat er een stap dieper op in. Norman schrijft namelijk in zijn boek dat er drie niveaus zijn waarop wij als gebruikers informatie verwerken. Ieder niveau heeft een verschillende impact op ons, maar ieder niveau interacteert ook met elkaar.

Volgens Norman is het meest basale niveau het emotionele, dit is het meest primitieve niveau in ons brein. Als we het over ontwerp hebben bedoelen we hiermee het visuele uiterlijk, dat wat wij kunnen zien. Hoe ziet iets eruit? Kleur, typografie en vorm zijn hierbij belangrijke onderdelen. We oordelen razend snel of iets goed of slecht is, iets mooi of iets lelijk.

Dan is er het gedragsmatige niveau. Op dit niveau praten we over het gebruik, de functionaliteit, de gebruiksvriendelijkheid en de begrijpbaarheid. Hoe het eruit ziet maakt dan niet uit en wat we er van vinden maakt ook niet uit, maar hoe werkt het. Het gaat om hoe plezierig en hoe effectief wij als gebruikers het gebruik ervaren.

Het gene wat het meest diep bij ons als gebruiker zit is het reflectieve niveau. Dit is het niveau dat gaat over de boodschap die een ontwerp op ons overbrengt. We gaan linken leggen met dingen die we kennen uit onze cultuur, onze geschiedenis en met onze persoonlijke ervaringen. Dit reflecteert namelijk op onze zelfbeeld en hoe anderen ons zien. Hier halen ons persoonlijk genoegen uit.

Bijvangst

Ik heb ook nog iets anders over gehouden aan het lezen van deze boeken. In eerste instantie was ik namelijk op zoek naar het “grijze gebied” tussen ontwerpers. Lang heeft deze term ook centraal gestaan in mijn onderzoek. Totdat ik het boek van Herbert Read ben gaan lezen. Dankzij Read ben ik namelijk tot het woord “magie” gekomen. In zijn boek zegt hij namelijk het volgende:

“….it requires a somewhat mystical theory of aesthetics to find any necessary connection between beauty and function.”

(Herbert Read)

Hoewel Read niet echt benoemd wat dat precies is, staat deze “magische theorie” nu wel centraal in mijn onderzoek. En onderzoek ik nu dan ook hoe je als ontwerpers ervoor zorgt je dat er magie in een werkproces ontstaat en dat je deze magie vervolgens vasthoudt? Waarbij de niveaus van Norman (emotie, gedrag en reflectie) hopelijk gaan fungeren als bindende factoren.

< Terug naar het overzicht

[1] Norman, Donald A. Emotional design: Why we love (or hate) everyday things. Basic books, 2004.

[2] Read, Herbert, and Herbert Edward Read. Art and industry: the principles of industrial design. Faber and Faber, 1966.

Master Design - Artikel gelezen

Boek gelezen: Emotional Design

Het boek Emotional Design – Why We Love (or Hate) Everyday Things van Donald A. Norman is zeer relevant voor mijn onderzoek. Dit komt omdat Don Norman van grote invloed is voor mijn onderzoek. Don Norman is directeur van The Design Lab op de universiteit van San Diego in California en staat bekend om zijn expertise op het gebied van design, usability, en cognitieve wetenschap (waar hij al veel publicaties over uitgebracht). Hij is tevens mede-oprichter en adviseur bij de Nielsen Norman Group.

Ik heb in een eerder artikel (Emotie vs. Functie) al aangehaald. Voor mij zijn emotie, functie en de context (het verhaal waarbinnen het zich afspeelt) overkoepelende factoren die alle spelers bindt. Deze zijn los vertaalt naar aanleiding van Don Norman zijn 3 punten voor design:

Behavioral design
The pleasure and effectiveness of use

Reflective design
Self-image, personal satisfaction, memories

Visceral design
Appearance

In mijn Pitch Poster zie je deze items dan ook terug komen.

Naar aanleiding van zijn boek denk ik er namelijk over om emotie, functie en context te herzien en een betere connectie te leggen tussen emotie, functie en context en behavioral, reflective en visceral design. Dit om zo meer gewicht te kunnen geven aan mijn onderzoek, ik kan zo namelijk mijn theorie meer onderbouwen. Hoe dit precies zal gebeuren weet ik nog niet, maar dit neem ik mee in de voortgang van mijn onderzoek.

Ook is dit boek van belang voor mijn Living Atlas. In mijn living atlas ben ik op zoek naar hoe verschillende spelers tegen emotie, functie en verhaal/context aankijken binnen een digitale omgeving en of zij hier op dezelfde manier tegen aankijken. Zo kan namelijk achterhalen of het concept door alle spelers goed wordt begrepen. Zo niet, dan moet ik dit namelijk meenemen in de voortgang van mijn onderzoek.

Lees op de website van de Nielsen Norman Group meer over het boek.

< Terug naar het overzicht

Master Design - Opdracht

Design Oriëntatie – Living Atlas

In mijn living atlas ben ik op zoek naar hoe deze verschillende spelers tegen emotie, functie en verhaal/context aankijken binnen een digitale omgeving en ik wil dan ook kijken of zij hier op dezelfde manier tegen aankijken.

Herziende versie

Tijdens de ontwerp design sessie kwam ik er namelijk achter dat we te maken hebben met drie spelers waarvan het doel overeen moet komen. Dit zijn gebruikers, interactie- en visueel ontwerpers (in dit geval klanten niet, omdat die doelen soms kunnen afwijken). Ik vraag daarom dan ook aan mijn participanten om met een drietal gekleurde stickers willen aangeven waar zij bij een viertal website emotie, functie en context zien terug komen. Ook heb ik hen vragen of ze mij kunnen aangeven wat zij het belangrijkste vinden van een website en vervolgens dit (met een vierde sticker) kunnen aangeven bij de websites. Met deze informatie heb ik een soort “hot zones” in kaart gebracht, waarin ik kan zien of ze er dus op dezelfde manier tegenaan kijken.

Living Atlas – Design Oriëntatie 2.0

Verbetering op de herziende versie:
Living Atlas – Design Oriëntatie 3.0

Eerste versie

Voordat ik de herziende versie heb gemaakt, heb ik een living atlas gemaakt die niet goed aansloot bij mijn onderzoek. Zie hier deze versie:

In deze Design Oriëntatie heb ik mijn participanten gevraagd of ze mij een foto kunnen sturen van een functioneel item (een voorwerp dat je in je dagelijks leven gebruiksvoorwerp) waar ze veel waarde aan hechten en mij kort konden uitleggen waarom ze juist daar waarde aan hecht? Dit heb ik gevraagd omdat ik er inmiddels achter ben gekomen dat er drie elementen leidend zijn in mijn onderzoek. Dit zijn emotie, functie en verhaal/context.

Bekijk hier de uitwerking van de opdracht:

Living Atlas – Design Oriëntatie

Master Design - Opdracht

Conversation piece – Probe opdracht

Tijdens deze opdracht proberen we inzicht te krijgen wat waardevolle objecten voor participanten zijn en welke objecten het minst waardevol zijn. Ik heb voor deze opdracht gekozen omdat dit goed aansluit bij mijn onderzoek naar emotie en gebruiksvoorwerpen. Iets wat ik ook aan het onderzoeken met de Living Atlas.

Stap 1. We hebben meer dan 20 participanten gevraagd hun meest waardevolle object op een A4tje simpel te tekenen (dit mocht geen telefoon, laptop, iPad, persoon of huisdier zijn).

Stap 2. Vervolgens hebben we een selectie van 20 objecten gemaakt. Hierbij hebben we eventuele dubbele objecten verwijderd. Deze objecten hebben we uitgeknipt en verspreid over een tafel.

Stap 3. We hebben er een camera opgericht en aan nieuwe participanten gevraagd een ranking te maken van welke objecten zij als het meest waardevol beschouwen. Vervolgens hebben we van iedere ranking een foto gemaakt.

Stap4. Na de ranking hebben we de participanten gevraagd waarom ze voor deze opstelling hebben gekozen. Wat hierin opviel was dat sommige participanten de objecten echt als gebruiksvoorwerpen zagen en andere participanten zagen de objecten meer ergens symbool voor staan. Zo was voor de ene participant een bijbel echt een bijbel, maar voor een andere stond het voor geloof, hoop en liefde.

In de bijlage is de presentatie te vinden met daarin de uitleg staat die de participanten gaven waarom ze voor deze opstelling hebben gekozen:

Conversation piece – presentatie

Bij een volgende probe zou ik nog meer participanten willen vragen om hun meest waardevolle object te tekenen, zo zou ik een nog betere selectie kunnen maken met daarin echt alleen maar unieke objecten. Ik denk zo namelijk een beter beeld te kunnen van waar de verschillende objecten voor de participanten voor staan. Ook zou ik hen tijdens de ranking willen vragen commentaar te willen geven op de keuzes die ze maken. Ook zou ik willen experimenten met hoe een ranking verloopt als participanten met elkaar mogen discussiëren over de keuzes die ze maken.

Zie hier het hier alle rankings onder elkaar.

Master Design - Conversation piece - all drawings combined (klein)

< Terug naar het overzicht

Master Design - Website gevonden

Website gevonden: Universal emotions

Dit is niet zozeer een artikel maar een overzicht van alle emoties en is relevant voor mijn onderzoek omdat ik emotie nog steeds een belangrijke schakel vind tussen interactie- en visueel ontwerp. Ik zou dit kunnen gebruiken om bijvoorbeeld eens emotie uit te diepen en wat voor een effect dit kan hebben op interactie- en visueel ontwerp.

Op de website is goed te zien wat er allemaal bij emoties komt kijken:

  • States: Hoe intens we een emotie kunnen ervaren.
  • Actions: Hoe wij in onze emotionele staat kunnen reageren.
  • Triggers: een trigger is iets om ons heen of in onze gedachten dat ervoor zorgt dat we een emotie voelen.
  • Moods: Een langdurig gevolg van een emotie die het zonder trigger plots kan oproepen.
  • Calm: De basis waaruit een emotie kan groeien.

Bekijk op de website van Atlas of Emotions hoe de emoties gekaderd zijn.

< Terug naar het overzicht

Design Research - Geschreven artikel

Expert gesprek – Annelies Vlasblom en Jan Hoogeveen

Voor mijn expert gesprek heb ik gesproken met Annelies Vlasblom en Jan Hoogeveen. Partners van elkaar die beide expertise belichamen die ik wil onderzoeken. Het gesprek vond plaatst op dinsdag 18 april 2017 bij hen thuis in Amsterdam.

Jan en Annelies - Expert gesprek - Master Design

Annelies is eigenaar van Zeppa, een grafisch ontwerpbureau in Amsterdam. Ze heeft algemene cultuurwetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en grafisch ontwerpen aan het Grafisch Lyceum in Amsterdam gevolgd. En is de visuele van de twee. Jan is meer dan 15 jaar interactie ontwerper bij Enof creatieve communicatie in Utrecht. Hij heeft de minor culturele informatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, informatie en media aan de Hogeschool van Amsterdam en sociologie aan de Universiteit Leiden gevolgd.

In dit gesprek probeer ik te weten te komen hoe zij tegen hun expertises aankijken, hoe zij het grijze gebied tussen interactie- en visueel ontwerp ervaren en wat zij zien als de bindende factor tussen hun expertises

Jan: Wat versta jij onder interactie ontwerp?

Het vormgeven aan de interactie tussen gebruiker van online product en het systeem waar het online product zich bevindt. Hierbij is de definitie van Jesse James Garrett het beste als het gaat om een online product: het is doorbladerbare online producten tegen over functionele software. Daarbij is een vliegje in een toiletpot absoluut ook interactie en niet online. Je heb in principe met alle producten die je gebruikt een interactie, zo laat de vormgeving van een handgreep bij een schuifdeur al zien hoe je deze kunt gebruiken. Vanuit mijn werkzaamheden kijk ik alleen naar online, de context van het product telt wel mee, maar is minder relevant in mijn werkzaamheden. Het maakt nog al uit of iemand vanuit een werksituatie, bijvoorbeeld een intranet bezoekt, of je voor je voor de lol een website bezoekt. De beleving daaromheen, situatie waarin je gebruik maakt, speelt daarbij absoluut een rol.

Annelies: Wat versta jij onder visueel ontwerp?

Dat is heel breed. Interactie is onderdeel van het visueel ontwerp. Het is onderdeel van het hele proces. Het visuele onderdeel is het onderdeel dat communiceert. Daarbij is interactie dus niet het enige wat contact maakt met de gebruiker, want met het visuele kun je juist ook heel erg sturend naar de gebruiker zijn. Als je het visuele weg zou laten hebben gebruikers moeite om contact te maken. Ze kunnen een prototype namelijk niet los laten, ze kunnen er niet doorheen kijken. Dat komt doordat de meeste mensen niet het geduld hebben, niet abstract kunnen denken, ze kunnen niet de vertaling maken. Bij klanten zou er op functieniveau begonnen moeten worden, maar dat werkt niet. Er moet een laag tussen zitten waarbij de vorm er al overheen ligt.

Interactie en visueel samen of apart?

Onder het genot van een kop koffie en thee geven zowel Jan als Annelies beiden aan met interactie bezig zijn. Hoewel ze beiden vinden dat functionaliteit altijd voorop staat, geven ze aan dat ze het belangrijk vinden dat er een goede gedachtewisseling en samenwerking plaats vindt tussen zowel interactie- als visueel ontwerp tijdens het gehele proces. In de discussies ontstaat dan net even een andere focus, maar dat komt uiteindelijk het resultaat ten goede. Er zit dan een gelaagdheid in een ontwerpconcept. Het werkt namelijk niet om eerst een interactie ontwerp te maken en hier vervolgens een visueel sausje op te gooien. Hoewel het veelal een gescheiden proces is, geven ze beiden ook duidelijk aan dat interactie- en visueel ontwerp door één persoon gedaan kan worden. Toch kan een samenwerking meer opleveren, omdat er dan juist meer discussie is. Het geeft een frisse blik.

Annelies: Hoe kan visueel interactiever?

Op allerlei manieren. Online tools kunnen hierbij helpen, gelijk feedback op elkaar geven. Maar ook een tool waarin een aantal standaardelementen al in zitten verwerkt. Een tool waarin je de verschillende visies kunt delen. Deze tools zijn er al, maar zouden het werkproces zeker helpen. Daarnaast zou budget heel erg helpen, we werken nu vaak met krappe budgetten. Met een ruimer budget is er meer tijd om beiden processen goed te onderzoeken.

Jan: Hoe kan interactie visueler?

Door meteen al onderdelen meer uit te werken. Als het gaat om het eindproduct dan kan het door de gebruiker veel meer een rol te laten spelen in het [ontwerp]proces. Als het gaat om klanten mee te nemen in het [ontwerp]proces naar je eindproduct dan is het goed om visie al veel meer met voorbeelden aan te tonen. Ik zou zelf graag visueler in mijn proces willen zijn, maar ik ken mijn beperkingen en ben blij dat er anderen om mij heen zijn die dat heel goed kunnen.

Terwijl we bespreken hoe interactie en visueel meer samengevoegd kan worden, vraag ik me af of er ook elementen (zowel op interactie als op visueel gebied) gestandaardiseerd kunnen worden.

Bijvoorbeeld: Je gebruikers zijn bejaarden. In de loop der jaren maak je een hele database aan met daarin alle standaarden die je voor die doelgroep vast kunt leggen. Zoals bijvoorbeeld de Adobe Color CC dat ook al kan doen. Vervolgens voer je (als je alle data hebt) de variabelen in, zoals: leeftijd, geslacht, interesse, etc. en er rolt een geheel template al voor je uit.

Waarvan zowel Annelies als Jan denken dat dit zeker kan en op sommige punten al gebeurt. Er zijn namelijk al honderden websites die kopieën van elkaar zijn, omdat er met bepaalde templates wordt gewerkt of bepaalde elementen zo vast liggen in trends en dergelijke. Hoewel de online modus zo heel krachtig en bepalend is zien Jan en Annelies dit als armoede. Het is budgettair interessant, het is een oplossing voor de kleinere bedrijven die geen goede website kunnen betalen. Maar het blijft, dat als je wil dat het goed gedaan moet worden, je het door een ontwerper moet laten doen. Een ontwerper, kan door het toevoegen van net iets anders, (creativiteit) het vele malen beter maken. Want juist door af te wijken, ontwerpkeuzes te maken, zorg je voor het verrassingselement.

Bijvoorbeeld: als blauw de standaard kleur voor bejaarden is, kan juist door af te wijken en rood te gebruiken je enorm opvallen.

Hoewel er altijd beperkingen/uniformheden zullen zijn, op het gebied van techniek (bij zowel online als offline ontwerp) zijn er altijd ontwerpers die hier uit weten te breken en de gebruiker/consument weten te verassen.

Ruimte tussen vakgebieden

De ruimte tussen de vakgebieden wordt als heel klein ervaren, ze overlapt eigenlijk. Annelies denkt dat dit misschien komt doordat Jan een redelijk visuele interactie ontwerper is en zij een interactieve visueel ontwerper. Jan vindt juist dat hij een heel functioneel ontwerper is, iets wat ook versterkt wordt door de rol die hij binnen zijn functie heeft. Hij zegt een heel functionele blik te hebben, waardoor het hem niet lukt (hoewel daar binnen zijn functie wel de ruimte voor is) om op het visuele vlak te gaan zitten. Beiden denken dat een goede samenwerking tussen beiden vakgebieden essentieel is. Ook door de ervaring die je als ontwerper hebt is het moeilijk om na jaren die ervaring los te laten en is het goed om iemand naast je te hebben die je regelmatig wakker schudt.

Een bindende factor tussen de twee expertises is volgens Annelies een zo goed mogelijk ontwerp (interactie en visueel) willen maken. Het open staan voor feedback is hierbij belangrijk. Jan denkt dat de bindende factor de gebruikerservaring is, je bent namelijk allebei bezig met het zo optimaal mogelijk maken van een product.

Wat is belangrijker emotie of functie, en waarom?

Zowel Jan als Annelies vinden allebei dat functie voorop staat. De functie moet goed zijn als basis, de emotie is hiervan niet echt los te koppelen want het gaat tenslotte over een beleving. Jan komt met het voorbeeld van Amazone. Amazone en Bol.com zijn heel functioneel, het doel is dat je een boek koopt en de emotie is secundair. Nike daarin tegen is juist heel emotioneel. Bij het neerzetten van een merk staat emotie veel meer voorop. Bij Nike is de emotie veel belangrijker, bij het verkopen van boeken blijkbaar niet, of kunnen ze het niet bedenken. Annelies geeft juist weer aan dat, hoewel het Amazone en Bol.com het misschien niet lukt, CoolBlue er juist wel weer in slaagt.

Na dit onderwerp een tijdje besproken te hebben besluit ik een wat leidende vraag te stellen. En vraag dan ook of context hierin misschien niet het belangrijkste is. Meteen sluiten ze hierbij aan.

Conclusie

Voor de conclusie heb ik de kernwoorden uit het interview verwerkt in een sketch-note (zie hieronder).

Conclusie - Expert gesprek - Master Design

Zowel interactie- als visueel ontwerp zijn onderdeel van een proces, bij beiden zou functionaliteit voorop moeten staan. Waarbij visueel ontwerp het onderdeel is dat communiceert met de gebruiker, maar alles moet binnen de juiste context worden gezien. Een website voor uitvaartondernemers heeft hele andere behoeftes dan die van een boekverkoper.

Samenwerking tussen beiden vakgebieden is essentieel. Het is altijd goed als er met een frisse blik naar je jouw deel van het ontwerp wordt gekeken, daarom moet je altijd open staan voor feedback, want alleen zo krijg je gelaagdheid in je eindproduct. Niet alles kan gestandaardiseerd worden, want een

Overview onderzoek

Voor mij was dit gesprek van groot belang. Hier kwamen namelijk een paar kernwoorden naar voren die leiding geven aan de voortgang van mijn onderzoek. Ik raak namelijk steeds meer gefascineerd door het proces waar zowel de interactie- als visueel ontwerper mee te maken krijgt. Proces en flow zal dan ook het volgende zijn waar ik mij in ga verdiepen. Wat is een goede flow en hoe kun je dit toepassen om een ontwerptraject zo essentieel mogelijk in te richten?

Hoewel het gesprek nog iets verder gaat over welke functionele items voor hen een emotionele waarde hebben, heb ik besloten dit verder te verwerken in mijn opdracht van de Living Atlas. Hierin ga ik meer mensen in het werkveld vragen welke functionele items voor hen een emotionele waarde hebben en waarom. Dit ga ik vervolgens visueel in kaart brengen.

< Terug naar het overzicht

Don Norman vs. Herbert Read - interaction and visual design

Emotion vs. function

 

In this article I try to figure out my main trail. I try to get hold of the binding factor of interaction and visual design. In my previous article (Emotion gives direction to the design research) I wrote that it could be that emotion was the binding factor. I also stated that, in my opinion, it cannot only be emotion that is the binding factor. I then started reading Herbert Read, someone who puts function above emotion.

Therefore I try to form an opinion in this article, about what is more important to me: emotion or function. To this end, I try to understand the visions of both Don Norman and Herbert Read. Two persons who are pioneers in the designing world.

Herbert Read

Herbert Read is a poet, art philosopher and art critic. In the early twentieth century he wrote numerous books on art and aesthetics. He was editor of the Burlington Magazine (a critical magazine on contemporary art), he was a curator of the Victoria & Albert Museum and he was co-founder of the Institute of Contemporary Arts.

Read, is a big believer of function, Read is what you can call a real modernist. Modernism is about discovering ways of finding new art(forms). It is mainly about redefining art. This trend developed abstract art.

In his book Art and industry[1] he writes: “In general, there is nothing we make and use that does not engage our senses in the performance of some organic function. Even if there is no physical contact with manufactured things, we must look at them, and the eye itself is an organ subject to organic laws of perception: to reactions, however subtle, of pleasure and pain. We may therefore conclude that the organic principle is basis to all our activities, that we design relation to bodily functions.”

Herbert Read was also someone who came from a period of mass production. A period in which an artist designed products that then could be consumed by the mass. Inside this method, Read believed that the factory had to adapt to the artist and not the other way around.

Herbert Read

Don Norman

As I described in my previous article, Don Norman is Director of The Design Lab at the University of California, San Diego, and is renowned for his expertise in design, usability, and cognitive science (he wrote numerous articles on these subjects). He is also co-founder and adviser at the Nielsen Norman Group.

In contrast to Read, Norman is about combining emotion, story and function. And he is what you call a postmodernist. Postmodernism is a reaction to modernism and is about questioning existing stories of religion, politics, science and art. It is based on reflection, possibilities and progress.

Norman gives us a beautiful example of this in his book Emotional design[2]. Here he addresses three different aspects when talking about emotion (you can find this in my previous article: Emotion gives direction to the design research). One of these aspects is the reflective aspect, what stories can I tell a about a product? And takes his three teapots as an example. They are not all functional, but he can tell a nice story about them.

Teapost - Don Norman

 

Another example of his postmodernism comes to light in his conversation with the men from uxpodcast.com[3]. Here he says that we always doubt the truthfulness. There must be a conversation, because only then, we can become smarter. When talking about emotion he says, in this podcast, that they are generated by different systems in the brain with different time mechanisms that also start in different ways.

All this relates to someone who comes from a period where the user is the focus point. If a consumer (user in this case) cannot find what he/she is looking for, they will go online to produce what they want.

Don Norman

Conclusion

I believe that both emotion and function play an important part in the design process. Although emotion has become more relevant in the 21st century, and Norman is therefore more relevant, I think we are aware of the basics where we design for and we do not forget that what we design will always relate to our body functions (as Read says). I am interested in how we give emotions to functional objects. This is something I want to investigate further.

Overview research

After I had spoken to my coach, I now sorted my trails differently. The main trail must investigate the binding factor between interaction and visual design. Here is where I am looking into emotion and the overarching aspect. My side trail will look into what a good flow is. These two trails should lead to possible follow-up steps. I will leave the second side trail (Other sectors, Gaming, Product, Artificial Intelligence) for what it is, for now.

[1] Read, Herbert, and Herbert Edward Read. Art and industry: the principles of industrial design. Faber and Faber, 1966.

[2] Norman, Donald A. Emotional design: Why we love (or hate) everyday things. Basic books, 2004.

[3] Design doing with Don Norman (Part 1) – april 15, 2016 – uxpodcast.com en Design doing with Don Norman (Part 2) – april 22, 2016 – uxpodcast.com

Design Research - Geschreven artikel

Emotie vs. functie

In dit artikel probeer ik vooral mijn main trail verder uit te werken. Ik probeer grip te krijgen op de bindende factor van interactie- en visueel ontwerp. In mijn vorige blogpost (Emotie geeft duidelijke richting aan het onderzoek) schreef ik dat emotie wel eens de bindende factor zou kunnen zijn. Ook gaf ik daar aan dat, naar mijn gevoel, het niet alleen emotie kan zijn die de binnende factor is. Ik kwam dan ook het boek van Herbert Read tegen, iemand waarbij functie boven emotie staat.

In dit artikel probeer ik een mening te vormen wat voor mij belangrijk is: emotie of functie. Hiervoor probeer ik de visie van Don Norman en Herbert Read te doorgronden. Twee mensen die pioniers in de ontwerp wereld zijn.

Herbert Read

Herbert Reaad is een dichter, kunstfilosoof en kunstcriticus. In het begin van de twintigste eeuw schreef hij tal van boeken over kunst en esthetica. Hij was redacteur van het Burlington Magazine (een kritisch magazine op de kunstwereld van vandaag), hij heeft als curator van het Victoria & Albert Museum gewerkt en hij is mede-oprichter van het Institute of Contemporary Arts.

Bij Read staat functie voorop, Read is dan ook een echte modernist. Het modernisme gaat over het vinden van nieuwe manieren ontdekken voor het maken van kunst. Het gaat dan ook vooral om het herdefiniëren van de kunst. Deze stroming heeft abstracte kunst ontwikkeld.

In zijn boek Art and industry[1] schrijft hij bijvoorbeeld: “In het algemeen is er niets dat we te maken en gebruiken dat onze zintuigen niet bezighouden met de prestaties van sommige biologische functie. Zelfs als er geen fysiek contact is met vervaardigde items, moeten we naar hen kijken, en het oog zelf is een orgaan onderworpen aan biologische wetten van de waarneming: reacties, hoe subtiel ook, van plezier en pijn. We kunnen dus concluderen dat het organische principe de is basis voor al onze activiteiten, die we ontwerpen met betrekking tot onze lichaamsfuncties.”

Herbert Read was ook iemand die komt uit een periode waar massa productie centraal stond. Een periode waarin een artiest iets ontwerpt dat vervolgens door de grote massa geconsumeerd kan worden. Daarbinnen vond Read dat de fabriek zich moest aanpassen aan de artiest en niet de andersom.

Herbert Read - Functie ontwerp

Don Norman

Zoals ik in mijn vorige proces artikel beschreef is Don Norman is directeur van The Design Lab op de universiteit van San Diego in California en staat bekend om zijn expertise op het gebied van design, usability, en cognitieve wetenschap (waar hij al veel publicaties over uitgebracht). Hij is tevens mede-oprichter en adviseur bij de Nielsen Norman Group.

In tegenstelling tot Read gaat het bij Norman juist om een combinatie tussen emotie, verhaal en functie. En komt hij vooral uit het postmodernisme. Het postmodernisme is een reactie op het modernisme en gaat over het in twijfel trekken van de bestaande verhalen op het gebied religie, politiek, wetenschap en kunst. Het gaat uit van reflectie, mogelijkheden en vooruitgang.

Norman geeft hier een mooi voorbeeld van in zijn boek Emotional design[2]. Hier haalt hij aan dat we te maken hebben met drie verschillende aspecten als we over emotie praten (zie mijn vorige artikel: Emotie geeft duidelijke richting aan het onderzoek). Een van deze aspecten is het reflecterende aspect wat gaat over; kan ik er een verhaal over vertellen? En haalt zijn drie theepotten aan als voorbeeld. Ze zijn niet allemaal even functioneel, maar ik kan er een mooi verhaal mee vertellen.

Theepotten met een verhaal - Don Norman

Een ander voorbeeld van zijn postmodernisme komt ook erg naar voren in zijn gesprek met de mannen van uxpodcast.com[3]. Hier zegt hij namelijk dat we dingen niet voor waarheid moeten aannemen. Er moet een gesprek ontstaan, want alleen zo worden we slimmer. Over emotie zegt hij in deze podcast dat het wordt gegenereerd door verschillende systemen in de hersenen met verschillende tijdmechanisme die ook op schillende manieren worden getriggerd.

Dit alles sluit aan bij iemand die uit een periode komt waar de gebruiker centraal staat. Als een consument (de gebruiker in dit geval) niet kan vinden wat hem aanstaat, dan gaan hij online om vervolgens zelf te produceren wat hij willen.

Don Norman - Emotie ontwerp

Conclusie

Ik ben van mening dat zowel emotie als functie een grote rol spelen bij een ontwerp proces. Hoewel emotie steeds relevanter is geworden in de 21ste eeuw en Norman hierdoor relevanter is geworden, denk ik dat we de basis van een ontwerp en waarvoor voor we het ontwerpen niet vergeten en dit zal (zoals Read zegt) altijd betrekking hebben op onze lichaamsfuncties. Wel ben ik benieuwd naar hoe wij emoties aan functionele objecten geven. Dit is dan ook iets wat ik verder wil onderzoeken.

Overview onderzoek

Nadat ik met mijn coach (docent WdKA) had gesproken heb ik voor nu mijn trails iets anders ingedeeld. De main trail moet onderzoek doen naar de bindende factor tussen interactie- en visueel ontwerp. Hierbij ben ik nu emotie en dat wat daar boven ligt vooral aan het onderzoeken. Mijn side trail wordt het onderzoek naar een goede flow. Deze twee trails moeten leiding gaan geven aan eventuele vervolgstappen. Hierbij laat ik de tweede side trail (Andere sectoren, Gaming, product, Artificial intelligence) nu even buiten beschouwing.

[1] Read, Herbert, and Herbert Edward Read. Art and industry: the principles of industrial design. Faber and Faber, 1966.

[2] Norman, Donald A. Emotional design: Why we love (or hate) everyday things. Basic books, 2004.

[3] Design doing with Don Norman (Part 1) – april 15, 2016 – uxpodcast.com en Design doing with Don Norman (Part 2) – april 22, 2016 – uxpodcast.com

< Terug naar het overzicht

Design Research - Geschreven artikel

Emotie geeft duidelijke richting aan het onderzoek

Het onderzoek naar het grijze gebied van interactie- en visueel ontwerp is in volle gang. Ik ben druk bezig met het lezen van artikelen en boeken. Op een kritische manier de artikelen beoordelen en kijken welke auteurs op het gebied van user experience en grafisch ontwerp mij verder kunnen helpen in mijn zoektocht. Op deze manier probeer ik richting te geven aan het onderzoek.

De verschillende trails

Voor nu werk ik met de vooronderstelling dat emotie de bindende factor kan zijn tussen interactie- en visueel ontwerp. In de mapping hieronder heb ik beschreven welke trails ik verder wil gaan onderzoeken en welke literatuur ik daarbij wil gaan gebruiken. Deze trails heb ik opgedeeld. In de main trail wil ik onderzoeken of emotie een bindende factor in interactie- en visueel ontwerp kan zijn. Om dit verder de te kunnen onderzoeken heb ik ook twee side trails. De eerste hiervan is hoe workflow en processen (zoals agile, Co-design) in elkaar zitten en wat er gedaan kan worden om twee workflows dichter bij elkaar te krijgen. Terwijl ik in de bibliotheek langs het rek met game-magazines liep, kwam ik op het idee om mij eens wat meer te gaan verdiepen in hoe andere sectoren (zoals game- en product design) omgaan met emotie en flow. Op een manier heb ik het gevoel dat bijvoorbeeld games emotioneel en rationeel denken meer bij elkaar komen. Dit is dan ook mijn derde trail.

Mapping Onderzoek - Grijs Gebied

Hoe gaan andere sectoren om met emotie

Omdat ik me wilde verdiepen in de side trail; hoe andere sectoren om gaan met emotie, ben ik “To sell is human[1]” van Daniel H. Pink gaan lezen. Daniel H. Pink heeft een juridische achtergrond bij Yale Law School. Hij is speechwriter van Vice President Al Gore geweest. Heeft gewerkt voor The Sunday Telegraph , The New York Times en National Geographic Channel (veelal traditioneel rechts georiënteerde instanties). Volgens hem gaat verkoop gaat ook om emotie. Hij zegt dan ook dat je iedereen dient te behandelen zoals je je grootmoeder zou behandelen en als verkoper dien je je twee vragen te moeten stellen: Wordt mijn leven er beter van? Wordt de wereld hierdoor een betere plek? Hij komt ook met drie basisprincipes die nodig zijn om een emotionele connectie te maken met je klant.

  1. Afstemming (attunement)
  2. Persoonlijke drijfvermogen (buoyance) – Maak het doelgericht, zodat mensen reden hebben om de aankondiging te begrijpen.
  3. Helderheid (clarity) – Maak het persoonlijk, probeer mensen te bewegen door middel van empathie.

Ook ben ik “Customer Emotional Needs in Product Design[2]” van H. M. Khalid en M. G. Helander, een wetenschappelijk artikel uit 2006, gaan lezen. Martin G. Helander werkt aan de Technische universiteit van Singapore en doet daar onderzoek op het gebied van menselijke factoren bij bouwkunde en ergonomie. Hij heeft gepubliceerd via Elsevier (Engelse uitgeverij), eerder gepubliceerde hij: “A Guide to Human Factors and Ergonomics.” Hij schreef het artikel samen met Halimahtun M. Khalid, zij is directeur van Damai Sciences, Centre For Industrial Research en ze is onafhankelijk onderzoeker met ervaring in de experimentele psychologie. Ook heeft zij heeft gepubliceerd via CRC Press, eerder gepubliceerde zij: Advances in Ergonomics Modeling and Usability Evaluation.

Emotie in producten, wordt naar hun mening te weinig onderzocht en zij schrijven dat emoties een van de sterkste onderscheidende factoren in user experience zijn. Het roept zowel bewuste als onbewuste reacties op bij een product, website, of het systeem interface. Emoties zijn tweeledig. Aan de ene kant heb je het affectieve systeem, die intuïtief en vanuit ervaring reageert, dit gebeurd snel. Anderzijds heb je het cognitief systeem, deze reageert analytische en rationele en dit gebeurt langzaam. Er zijn vijf criteria die mee moet worden genomen als het gaat om het meten en het evalueren van emoties, namelijk: dynamiek, context, betrouwbaarheid, validiteit en meetfouten.

Ze halen Don Norman aan, die heel veel heeft geschreven over emotie. Daarom was het logisch voor mij om ook zijn boek, “Emotional Design Why We Love (or Hate) Everyday Things[3]”, te lezen. Don Norman is directeur van The Design Lab op de universiteit van California, San Diego en staat bekend om zijn expertise op het gebied van design, usability, en cognitieve wetenschap. Hij is tevens mede-oprichter en adviseur bij de Nielsen Norman Group. In zijn boek “Emotional Design” benadrukt hij dat in iedere vorm van ontwerp emotie moet worden meegenomen. In die zin is het dan ook een bindende factor. Ontwerp bestaat uit drie verschillende aspecten: gevoelsmatig, gedragsmatig, en reflecterend:

  • Gevoelsmatig ontwerp gaat over het visueel verschijning van het ontwerp.
  • Gedragsmatig ontwerp heeft te maken met het plezier en de doelmatigheid van het gebruik.
  • Reflecterend ontwerp gaat over rationalisering en het losmaken van het emotionele aspect van een ontwerp. Kan ik er een verhaal over vertellen? Sluit het aan bij wie ik als persoon ben.

Dieper op de main trail induiken

Terwijl ik hiermee bezig ben vraag ik mij steeds meer af of emotie wel de bindende factor is. Is het niet emotie overstijgend? Net op het moment dat ik mij dat afvraag haalt Don Norman, Herbert Read aan. In het begin van de twintigste eeuw schreef hij tal van boeken over kunst en esthetica, hierover zegt hij: “het vereist een ietwat mystieke theorie van de esthetica om een noodzakelijk verband tussen schoonheid en functie te vinden”[4]. Deze quote slaat de spijker op zijn kop. Naar mijn mening zal ik naar een niveau hoger moeten gaan kijken en onderzoeken wat die mystieke theorie van de esthetica dan precies is. Het boek “Art and industry, the principles of industrial design” van Herbert Read zal dan ook een goed beginpunt zijn.

[1] Pink, Daniel H. To sell is human: The surprising truth about moving others. Penguin, 2012.

[2] Khalid, Halimahtun M., and Martin G. Helander. “Customer emotional needs in product design.” Concurrent Engineering 14.3 (2006): 197-206.

[3] Norman, Donald A. Emotional design: Why we love (or hate) everyday things. Basic books, 2005.

[4] Read, Herbert, and Herbert Edward Read. Art and industry: the principles of industrial design. Faber and Faber, 196

< Terug naar het overzicht

Design Research - Geschreven artikel

Eerste blik op het onderzoek

Zowel interactie- als visueel ontwerp is een conceptueel werk, het is een proces van concept naar oplossing. Een proces van elimineren, voelen en geloven dat de oplossing, die je als ontwerper aandraagt, bijdraagt aan het beoogde doel. Voor zowel interactie- als visueel ontwerp zijn er verschillende processen. Bij beide processen heb je te maken met, in verschillende mate, het rationele en emotionele denken. Een interactie ontwerper probeert hierbij het menselijk gedrag te begrijpen. Wat gebeurt er als ik ‘hier’ op klik? En een visueel ontwerper (of een grafisch ontwerper) zorgt dat het geheel wordt omgezet zodat het er aantrekkelijk uit ziet.

Er is veel geschreven op het gebied van interactie- en visueel ontwerp, er bestaan veel ontwerpregels en ook zijn veel bedrijven al bezig met dit onderwerp. Zo is Adobe al jaren bezig een programma te ontwikkelen dat prototypes (wireframes) en visueel ontwerp samenvoegt, zonder succes ontwikkelde ze Adobe Catalyst. Inmiddels zijn ze aardig op weg met Adobe XD, maar het is er nog niet. Ook de makers van Sketch zijn er al jaren mee bezig om interactie- en visueel ontwerp samen te voegen, maar geen van beiden is het gelukt. Google zit er waarschijnlijk het dichtste bij met hun Material Design regels, maar helaas is dit trend gebonden. Hoe komt het toch dat het nog steeds niet lukt om deze ontwerpregels goed met elkaar te verbinden?

Het gebied dat in dit onderzoek aan bod komt is het grijze gebied tussen interactie- en visueel ontwerp. Er wordt vanuit de hypothese gewerkt dat het veel interactie ontwerpers niet lukt om de interactie los te laten op het moment dat zij visueel aan het ontwerpen zijn en de volledige vrijheid te ervaren die een grafisch ontwerper wel ervaart. En dat het niet lukt om op een correcte manier direct interactie toe te passen als er visueel ontworpen wordt.

 

Spanningsvelden

Bij dit onderzoek zijn er een aantal spanningsvelden die hierbij interessant zijn en dus verder onderzocht moeten worden.

Interactie ontwerp vs. Visueel ontwerp

Dit is het eerste en het meest voor de hand liggende punt. Hierbij een aantal vragen die verder uitgezocht moeten worden.

  • Waar gebeurt hier de magie tussen de twee disciplines?
  • Wat gebeurt er al binnen de community op dit punt?
  • Veel verschillende instanties/bedrijven hebben verschillende omschrijvingen voor dezelfde functie, hoe komt dit?
  • Wat wordt er al gedaan om het gat tussen interactie- en visueel ontwerp en development te verkleinen en welke lessen kunnen hier uit worden getrokken?
  • Is er iets wat geleerd kan worden uit de manier waarop grafische bedrijven hun ontwerpers voor zowel print als digitaal laten ontwerpen?

Opdrachtgever vs. Eindgebruiker

Hier gaat het voor een groot gedeelte om de communicatie. Wat wil de opdrachtgever dat de eindgebruiker gaat doen en wat wil de eindgebruiker nou zelf? Hierbinnen zit veel ruis in de communicatie. Dit is van invloed op het proces van de interactie- en visueel ontwerper. Hoe kan deze communicatie worden geoptimaliseerd en wat levert dit op voor zowel de eindgebruiker als de opdrachtgever.

Rationeel vs. Emotioneel

Bij dit punt zou alles wel eens bij elkaar kunnen komen. Want zowel bij de interactie- als de visueel ontwerper, de opdrachtgever en de klant hebben we te maken met rationele en emotionele acties die van invloed zijn op het proces. Waarom heeft dit invloed op ons handelen en is dit aan te passen? Hoe staat dit geheel in verhouding tot product en digitaal ontwerp?

Los van deze spanningsvelden is het erg interessant om te kijken naar grote bedrijven die deze pogingen al wel hebben gedaan. Voordat Adobe met Adobe XD kwam was het Adobe Catalyst die visueel, interactie en development samen moest brengen. Dit is echter nooit echt van de grond gekomen. Welke lessen kunnen hieruit worden getrokken? Ook is het interessant om te onderzoeken hoe Google aan de slag is gegaan met Google Material Design, omdat hierbij interactie- en visueel ontwerp samen lijken te komen. Hoe hebben ze dit aangepakt? Is het door meerdere disciplines opgezet en zo ja, hoe hebben ze dit samen weten te brengen? Als het samen is te brengen.

Door een brug te bouwen tussen interactie- en visueel ontwerp kan er meer worden ingespeeld op de behoeftes van de eindgebruiker. Door middel van onderzoek zal moeten blijken welke ontwerpregels samen gaan en welke niet, zodat ik aan het eind van het onderzoek een perfecte combinatie van ontwerp regels heb gevonden. Er is dan een duidelijk beeld van welke regels samen gaan, maar vooral ook wat niet samen gaat. Alleen zo kan een applicatie, website of product worden geleverd waarbij de behoeftes en wensen van zowel de opdrachtgevers als die van de eindgebruikers samen komen.

< Terug naar het overzicht