Master Design - Artikel gelezen

Boek gelezen: Where Good Ideas Come From

Mijn idee is dat de beste ideeën, de beste ontwikkelen en ontwerpen komen door de juiste momenten in de samenwerking te vinden. Terwijl ik hiernaar op zoek ben kwam ik het boek Where Good Ideas Come [1]van Steven Johnson tegen.

In het boek Where Good Ideas Come From laat Steven Johnson zien dat een goed idee niet altijd een flits van genialiteit is, maar een clustering van verschillende ideeën die op het juiste moment door een samenkomst van omstandigheden samenkomt. In mijn onderzoek ben ik op zoek naar de magie tussen verschillende participanten. Steven Johnson noemt dit het hebben van goede ideeën:

There are a dozen different metaphors we use colloquially to describe good ideas: we call them sparks, flashes, lightbulb moments; we have brainstorms and breakthroughs, eukeka moments and epiphanies.[2]

Hij beschrijft hierbij uitvoerig hoe innovatie tot stand komt en hoe liquid networks (vloeibare netwerken) een belangrijk onderdeel hiervan zijn. Met liquid networks bedoelt hij de vloeibaarheid tussen het hebben van een vage idee en komen tot een solide feit. Hierbij worden de verschillende links tussen ideeën samengebonden en gevormd tot een goed idee.

Zoals ik in het artikel “Boek gelezen: De weg naar Flow” beschrijf ben ik op zoek naar de krenten in de pap van ideeën. Die ideeën die ons samen brengen. Die een gewoon ontwerp omzetten in een fantastisch ontwerp. Steven Johnson laat aan de hand van the fourth quadrant [3]zien juist de samenkomst van mensen, uitkomsten en ideeën ervoor zorgt dat gewone ideeën, goede ideeën worden.

Steven Johnson studeerde semiotiek (algemene tekenleer) aan de Brown University en Engelse literatuur aan de Columbia University. Hij heeft verschillende boeken over innovatie en idee ontwikkeling geschreven. Ook schreef hij verschillende artikelen voor Wired, The New York Times en The Wall Street Journal.

Op de blog van Steven Johnson kun je meer over zijn ervaringen lezen.

[1] Johnson, S. (2012). Where Good Ideas Come Boom. Penguin Group

Noten:
[2] Johnson, S. (2012). Where Good Ideas Come. Pag. 45
[3] Johnson, S. (2012). Where Good Ideas Come. Pag. 229

Master Design - Artikel gelezen

Boek gelezen: Zes Denkende Hoofddeksels

Op dit moment ben ik bezig met het onderzoeken van flow en hoe ik dit in een creatief online werkproces kan verwerken. Dit naar aanleiding van het lezen van Mihaly Csikszentmihalyi en zijn theorie over flow. Hij beschrijft namelijk dat flow concentratie is[1], voor mij is concentratie ook een aandachtig denkproces. Omdat in dit denkproces mensen met verschillende disciplines zitten ben ik op zoek naar een manier hoe ik alle meningen, zorgen en kennis van alle disciplines mee kan nemen, zonder dat er tekort gedaan wordt aan iemand zijn denkproces. Deze manier van denken wordt ook wel parallel denken genoemd.

Ik ben op de term parallel denken gekomen door het lezen van het boek ‘Zes denkende hoofddeksels’[2] van Edward de Bono. De Bono is een Maltese psycholoog en hoogleraar, die ook bekend staat om de term ‘lateraal denken’. Nou is de “zes hoedentheorie” niet zo zeer belangrijk voor mijn onderzoek, maar wel het parallel denken. Want parallel denken zorgt ervoor dat ideeën naast elkaar kunnen bestaan en omdat ik straks te maken krijg met twee ontwerpers die beiden ideeën hebben, zullen deze ideeën naast elkaar moeten kunnen bestaan. In mijn iteraties wil ik dan ook parallel denken inbouwen. Ik wil bijvoorbeeld dat in een van de iteraties de ontwerpers een ontwerpopdracht parallel van elkaar uitwerken en deze vervolgens presenteren. Nadat ze dit hebben gepresenteerd kunnen ze (door hun eigen “hoed”) op te zetten commentaar geven op elkaars ontwerpen.

De Bono geeft in zijn boek aan dat een denker zijn iets is wat je bent, maar dat denken ook iets is wat we kunnen leren. We kunnen niet zomaar een denker zijn. Je hebt vaardigheden nodig om dit te kunnen.[3] Want, zoals ik eerder benoemde, is flow concentratie. De Van Dale onderschrijft concentreren als “zijn aandacht bepalen tot”[4]. En een van de voordelen die De Bono in zijn boek benoemd is dat het parallel denken ons in staat stelt om systematisch onze aandacht op de taak voor handen te richten[5]. Door parallel denken toe te passen binnen mijn iteraties wil kijken of het mogelijk is om concentratie en uiteindelijk flow op te wekken.

Je hoeft niet slim te zijn, ook hoef je niet altijd gelijk te hebben. Iemand die altijd gelijk heeft is vaak een slechte denker doordat ze arrogant kunnen zijn of niet geprikkeld worden om nieuwe dingen te onderzoeken en te ontdekken.[6] Het gaat om de intentie. De Bono vergelijkt het met iemand die lacht: “iemand die zijn mond vertrekt tot een lach zal zich vrolijker gaan voelen en minder boos worden: de geest lijkt het lichaam te volgen.” (De Bono, E. (1993). Zes denkende hoofddeksels, pag. 26). Dus door in mijn iteraties parallel denken toe te passen hoop ik de intentie van een andere manier van denken toe te passen, waardoor er uiteindelijk wordt gestreefd om gericht je aandacht te vestigen op de ontwerpopdracht. Want concentratie is een denkproces en denkprocessen kun je leren.

 

[1] Csikszentmihalyi, M. (2007). De weg naar Flow. Boom Koninklijke Uitgevers
[2] De Bono, E., & Grasman, G. (1993). Zes denkende hoofddeksels. Veen.

Noten:

[3] De Bono, E. (1993). Zes denkende hoofddeksels. Pag. 25
[4] Van Dale, con·cen·tre·ren.
Geraadpleegd op 16 februari 2018
http://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/concentreren
[5] De Bono, E. (1993). Zes denkende hoofddeksels. Pag. 37
[6] De Bono, E. (1993). Zes denkende hoofddeksels. Pag. 26

< Terug naar het overzicht