Design Research - Geschreven artikel

Theorie achter de bindende factor tussen ontwerpers

In mijn onderzoek naar de magie tussen interactie en visueel ontwerpers ben ik het afgelopen jaar druk bezig geweest met onder andere het vinden van overkoepelende factoren tussen ontwerpers. Deze overkoepelende factoren moeten mij namelijk helpen bij het vinden van de elementen die ons als ontwerpers met elkaar verbind. In het begin van mijn onderzoek kwam ik tot de bindende elementen: emotie, functie en context.

Ik kwam tot deze elementen op verschillende manieren. Zo kwam ik in een expert gesprek met Jan Hoogeveen en Annelies Vlasblom tot het begrip context. Uit het boek Emotional Design – Why We Love (or Hate) Everyday Things[1] van Don Norman kwam ik tot het begrip emotie. In datzelfde boek liep ik tegen het boek van Herbert Read aan, namelijk: Art and industry: the principles of industrial design[2]. Hierin stond functie centraal.

Meer gewicht

Lang zijn deze elementen mijn hoofdfocus geweest. Maar nadat ik het boek van Don Norman had gelezen wilde ik zijn theorie koppelen aan die van mij zodat ik mijn onderzoek meer gewicht kon geven. Wat er uiteindelijk weer voor moet zorgen dat mijn onderzoek meer draagvlak krijgt. Hiervoor heb ik dan ook mijn elementen (emotie, functie en context) herschreven tot zijn drie niveaus. In deze niveaus (emotie, gedrag en reflectie) komen mijn elementen ook terug, maar Norman gaat er een stap dieper op in. Norman schrijft namelijk in zijn boek dat er drie niveaus zijn waarop wij als gebruikers informatie verwerken. Ieder niveau heeft een verschillende impact op ons, maar ieder niveau interacteert ook met elkaar.

Volgens Norman is het meest basale niveau het emotionele, dit is het meest primitieve niveau in ons brein. Als we het over ontwerp hebben bedoelen we hiermee het visuele uiterlijk, dat wat wij kunnen zien. Hoe ziet iets eruit? Kleur, typografie en vorm zijn hierbij belangrijke onderdelen. We oordelen razend snel of iets goed of slecht is, iets mooi of iets lelijk.

Dan is er het gedragsmatige niveau. Op dit niveau praten we over het gebruik, de functionaliteit, de gebruiksvriendelijkheid en de begrijpbaarheid. Hoe het eruit ziet maakt dan niet uit en wat we er van vinden maakt ook niet uit, maar hoe werkt het. Het gaat om hoe plezierig en hoe effectief wij als gebruikers het gebruik ervaren.

Het gene wat het meest diep bij ons als gebruiker zit is het reflectieve niveau. Dit is het niveau dat gaat over de boodschap die een ontwerp op ons overbrengt. We gaan linken leggen met dingen die we kennen uit onze cultuur, onze geschiedenis en met onze persoonlijke ervaringen. Dit reflecteert namelijk op onze zelfbeeld en hoe anderen ons zien. Hier halen ons persoonlijk genoegen uit.

Bijvangst

Ik heb ook nog iets anders over gehouden aan het lezen van deze boeken. In eerste instantie was ik namelijk op zoek naar het “grijze gebied” tussen ontwerpers. Lang heeft deze term ook centraal gestaan in mijn onderzoek. Totdat ik het boek van Herbert Read ben gaan lezen. Dankzij Read ben ik namelijk tot het woord “magie” gekomen. In zijn boek zegt hij namelijk het volgende:

“….it requires a somewhat mystical theory of aesthetics to find any necessary connection between beauty and function.”

(Herbert Read)

Hoewel Read niet echt benoemd wat dat precies is, staat deze “magische theorie” nu wel centraal in mijn onderzoek. En onderzoek ik nu dan ook hoe je als ontwerpers ervoor zorgt je dat er magie in een werkproces ontstaat en dat je deze magie vervolgens vasthoudt? Waarbij de niveaus van Norman (emotie, gedrag en reflectie) hopelijk gaan fungeren als bindende factoren.

< Terug naar het overzicht

[1] Norman, Donald A. Emotional design: Why we love (or hate) everyday things. Basic books, 2004.

[2] Read, Herbert, and Herbert Edward Read. Art and industry: the principles of industrial design. Faber and Faber, 1966.

Master Design - Artikel gelezen

Boek gelezen: Emotional Design

Het boek Emotional Design – Why We Love (or Hate) Everyday Things van Donald A. Norman is zeer relevant voor mijn onderzoek. Dit komt omdat Don Norman van grote invloed is voor mijn onderzoek. Don Norman is directeur van The Design Lab op de universiteit van San Diego in California en staat bekend om zijn expertise op het gebied van design, usability, en cognitieve wetenschap (waar hij al veel publicaties over uitgebracht). Hij is tevens mede-oprichter en adviseur bij de Nielsen Norman Group.

Ik heb in een eerder artikel (Emotie vs. Functie) al aangehaald. Voor mij zijn emotie, functie en de context (het verhaal waarbinnen het zich afspeelt) overkoepelende factoren die alle spelers bindt. Deze zijn los vertaalt naar aanleiding van Don Norman zijn 3 punten voor design:

Behavioral design
The pleasure and effectiveness of use

Reflective design
Self-image, personal satisfaction, memories

Visceral design
Appearance

In mijn Pitch Poster zie je deze items dan ook terug komen.

Naar aanleiding van zijn boek denk ik er namelijk over om emotie, functie en context te herzien en een betere connectie te leggen tussen emotie, functie en context en behavioral, reflective en visceral design. Dit om zo meer gewicht te kunnen geven aan mijn onderzoek, ik kan zo namelijk mijn theorie meer onderbouwen. Hoe dit precies zal gebeuren weet ik nog niet, maar dit neem ik mee in de voortgang van mijn onderzoek.

Ook is dit boek van belang voor mijn Living Atlas. In mijn living atlas ben ik op zoek naar hoe verschillende spelers tegen emotie, functie en verhaal/context aankijken binnen een digitale omgeving en of zij hier op dezelfde manier tegen aankijken. Zo kan namelijk achterhalen of het concept door alle spelers goed wordt begrepen. Zo niet, dan moet ik dit namelijk meenemen in de voortgang van mijn onderzoek.

Lees op de website van de Nielsen Norman Group meer over het boek.

< Terug naar het overzicht

Master Design - Proces vlog

Proces vlog #2: ontwerp design sessie

Afgelopen maandag heb ik een ontwerp design sessie georganiseerd waarin ik samen met makers (interactie- en visueel ontwerpers) wilde kijken naar wat de overeenkomstige factoren binnen ons vakgebied zijn, het spanningsveld tussen beiden mappen en mogelijke nieuwe ontwerp-vormen bespreken. Wat zijn de parameters? Ik wilde samen met hen gaan kijken welke verantwoordelijkheid we als ontwerpers kunnen, moeten en willen nemen.

Met de uitkomsten van deze sessie wilde ik kijken of er een nieuwe werkvorm of proces kan ontstaan die de samenwerking tussen verschillende disciplines kan vergroten.

Tijdens de sessie zijn we tot het volgende gekomen:

Uitkomst ontwerp design sessie

En deze vragen heeft het verder opgeroepen:Vragen ontwerp design sessie.jpg

< Terug naar het overzicht

Master Design - Opdracht

Design Oriëntatie – Living Atlas

In mijn living atlas ben ik op zoek naar hoe deze verschillende spelers tegen emotie, functie en verhaal/context aankijken binnen een digitale omgeving en ik wil dan ook kijken of zij hier op dezelfde manier tegen aankijken.

Herziende versie

Tijdens de ontwerp design sessie kwam ik er namelijk achter dat we te maken hebben met drie spelers waarvan het doel overeen moet komen. Dit zijn gebruikers, interactie- en visueel ontwerpers (in dit geval klanten niet, omdat die doelen soms kunnen afwijken). Ik vraag daarom dan ook aan mijn participanten om met een drietal gekleurde stickers willen aangeven waar zij bij een viertal website emotie, functie en context zien terug komen. Ook heb ik hen vragen of ze mij kunnen aangeven wat zij het belangrijkste vinden van een website en vervolgens dit (met een vierde sticker) kunnen aangeven bij de websites. Met deze informatie heb ik een soort “hot zones” in kaart gebracht, waarin ik kan zien of ze er dus op dezelfde manier tegenaan kijken.

Living Atlas – Design Oriëntatie 2.0

Verbetering op de herziende versie:
Living Atlas – Design Oriëntatie 3.0

Eerste versie

Voordat ik de herziende versie heb gemaakt, heb ik een living atlas gemaakt die niet goed aansloot bij mijn onderzoek. Zie hier deze versie:

In deze Design Oriëntatie heb ik mijn participanten gevraagd of ze mij een foto kunnen sturen van een functioneel item (een voorwerp dat je in je dagelijks leven gebruiksvoorwerp) waar ze veel waarde aan hechten en mij kort konden uitleggen waarom ze juist daar waarde aan hecht? Dit heb ik gevraagd omdat ik er inmiddels achter ben gekomen dat er drie elementen leidend zijn in mijn onderzoek. Dit zijn emotie, functie en verhaal/context.

Bekijk hier de uitwerking van de opdracht:

Living Atlas – Design Oriëntatie

Design Research - Geschreven artikel

Visie op interactie- en visueel ontwerp

Tijdens mijn expertsgesprek met Jan Hoogeveen en Annelies Vlasblom vroeg ik hen wat zij verstaan onder interactie- en visueel ontwerp. Tijdens mijn pear-gesprek met Jurgen Wiegeraad, mijn pear op het gebied van visueel ontwerp, bespraken we deze termen ook en Jurgen vroeg mij wat ik hieronder versta. Ik realiseerde mij dat ik dit nog niet eerder heb gedaan.

interactie- en visueel ontwerp

In dit artikel wil ik dan ook voor mijzelf een duidelijk beeld schetsen van wat ik nou precies versta onder interactie- en visueel ontwerp en waar ik denk dat er nog veel verbeterd kan worden tussen deze twee disciplines. Hoe sta ik nu tegenover het proces dat tussen die twee plaats vindt en hoe wordt de klant hierbinnen betrokken?

UX Design

Hoewel mijn werk binnen de functie UX (User eXperience) design vallen wil ik mezelf geen UX designer noemen. Dit komt doordat UX design een overkoepelde term is voor een heleboel functieomschrijvingen en persoonlijk vind ik dat de term UX design vaak onterecht wordt gebruikt. Onder deze functieomschrijvingen vallen onder andere.

  • Information architect
  • SEO specialist
  • Front-end developer
  • UI designer
  • Interactie ontwerper
  • Visueel ontwerp
  • Product designer

Ik ben geen UX designer, ik design daarentegen wel een user experience. Ik heb mij de afgelopen paar jaar echt gespecialiseerd in zowel interactie ontwerp en visueel ontwerp en daar heb ik inmiddels ook een duidelijke visie op gekregen zowel op het vakgebied zelf als op het proces binnen mijn vakgebied.

Interactie Ontwerp

UX design gaat over alles wat te maken heeft met het product. Dat gaat van het kopen van het product, het gebruik van het product tot het praten over het product (het gaat hierbij niet alleen om een online product). Denk ik dat interactie ontwerp echt gaat over de directe interactie tussen een gebruiker en het product. Hoewel mijn expertise bij online producten ligt, vind ik dat interactie ontwerp verder gaat dan online producten. Het gaat over hoe wij als gebruikers om gaan met alle fysieke producten offline en online. Hoewel in dit geval functie belangrijker is mag, naar mijn mening, emotie absoluut niet vergeten worden.

Visueel ontwerp

Bij visueel ontwerp draait het wat mij betreft meer om emotie dan om functie, maar ook hier mag functie zeker niet vergeten worden. Zoals Paula Scher[1] (een Amerikaanse grafisch ontwerpster) zegt, het is een visuele taal en dat design moet rekening houden met menselijk gedrag. Beide dingen spreken mij erg aan. Als interactie ontwerper vind ik menselijk gedrag uiteraard essentieel, daarom vind ik het goed dat zij dat hier ook benoemd. Ook dat zegt dat visueel ook een taal is. Annelies Vlasblom zegt in mijn expert gesprek met haar, dat het visuele onderdeel het onderdeel is dat communiceert. En daar sluit ik mij volledig bij aan.

Proces

Wat zowel interactie- als visueel ontwerp overeenkomstig heeft is een proces waar ze onderdeel van zijn. Tussen de beiden disciplines denk ik dat alleen nog veel te halen valt. Ik denk dat hier dan ook de bulk van mijn onderzoek moet plaats gaan vinden. Wat ik heb gemerkt uit eigen ervaring, maar je ziet het ook weer terug komen in het experts gesprek, dat een samenwerking meer kan opleveren, omdat er dan juist meer discussie is. Een goede samenwerking tussen beiden disciplines is essentieel. Door de ervaring die je als ontwerper hebt opgedaan is het moeilijk om na jaren die ervaring los te laten en dan is het goed om iemand naast je te hebben die je regelmatig wakker schudt, die je triggert en die je ook de andere kant van de medaille laat zien.

Ik sluit me erg aan en bij de mening van Don Norman[2], die vindt namelijk dat je altijd moet streven naar een design proces waarbij je alle aspecten mee kunt nemen. Lukt dat niet ga dan op zoek naar deze aspecten en maakt hierbij gebruik van wat anderen al hebben onderzocht. Je hoeft niet alles alleen te doen.

De Gebruiker

Er is een duidelijke afscheiding tussen de ontwerper en de gebruikers. Volgens Jakob Nielsen[3] (consultant op het gebied van gebruiksvriendelijkheid usability en, net als Don Norman, oprichter en adviseur bij de Nielsen Norman Group) is een ontwerper geen gebruiker en zal dus altijd onderzoek moeten doen naar de gebruiker. Daarnaast is een gebruiker geen ontwerper en moet een ontwerper de gebruiker behoeden voor verkeerder ontwerpkeuzes.

Ik vind dat je als ontwerper altijd moet werken met input van de gebruiker. Helaas heb je dit niet altijd tot je beschikking. Door tijd- en/of geldgebrek. Maar online staan er genoeg onderzoeken/informatie over de gebruikers die je kunnen helpen bij je ontwerp keuzes. Zoals eerder gezegd: je hoeft niet alles alleen te doen.

Omgaan met een klant

De omgang met klanten is een moeilijk punt. Je wilt altijd een juiste balans vinden tussen de klant tevreden houden en je werk verdedigen. Want de eerdere opmerking van Jakob Nielsen over gebruikers en ontwerpers, is ook van toepassing op klanten. Volgens Thinker Hatfield[4] (Amerikaans ontwerper voor Nike) hebben mensen moeite met het onbekende. Wat enthousiasme genereerd, maakt dat mensen opletten en wat zorgt voor doorbraken is de ontwrichting van een goed idee af te dwingen. Ook Paula Scher[5] verteld hierover. Zij zegt namelijk dat er is geen bewijs of iets werkt, er is alleen dat wat hoe mensen iets subjectief kunnen waarnemen. In de grafiek hieronder geeft ze een duidelijk beeld van hoe het enthousiasme werkt met een klant.

Diagram of a meeting | From Paula Scher

Je wilt een klant verassen en enthousiasmeren met je product, maar ook behoeden voor verkeerde ontwerpkeuzes.

Conclusie

Door beter inzicht te geven in mijn visie van de twee disciplines en het proces waarin zij zitten geef ik ook duidelijke kaders voor mijn onderzoek. Om het onderzoek meer af te kaderen wil ik mij binnen dit onderzoek echt alleen richten op het ontwerpen van online producten. Waarbij voor mij nu toch echt wel duidelijk is geworden dat er binnen het proces vooral veel te halen valt. In mijn vervolg stappen wil ik dan ook gaan kijken naar processen en hoe je deze zo ideaal mogelijk kunt inrichten.

[1] Abstract: The Art of Design – S1, Ep6 – 10 Feb. 2017

[2] Design doing with Don Norman (Part 1) – april 15, 2016 – uxpodcast.com en Design doing with Don Norman (Part 2) – april 22, 2016 – uxpodcast.com

[3] Designers are not users (Jakob Nielsen) – YouTube video – Gepubliceerd op 11 nov. 2016

[4] Abstract: The Art of Design – S1, Ep2 – 10 Feb. 2017

[5] Abstract: The Art of Design – S1, Ep6 – 10 Feb. 2017

 

< Terug naar het overzicht

Master Design - Artikel gelezen

Artikel gelezen: Neuro Web Design

Dit artikel is relevant voor mijn onderzoek omdat met Neuro Web Design een techniek is die kijkt hoe menselijk gedrag en motivatie een rol spelen bij het ontwerpen van websites. Dit is ook iets wat ik probeer te doorgronden met mijn onderzoek ik probeer te kijken wat emotie en functie voor een rol hierbij spelen en hierbij is het dan ook goed om te kijken hoe andere processes dit doen.

Neuro Web Design legt uit dat de drie regio’s van onze hersenen in harmonie moeten samenwerken bij het analyseren van een website om de juiste resultaten te verkrijgen. Niet alleen moet een website opwinding creëren en emoties opwekken, maar de lay-out moet ook natuurlijke “weg” hebben.

Bekijk op de website Onextrapixel (OXP) het volledige artikel.

< Terug naar het overzicht

Master Design - Website gevonden

Website gevonden: Universal emotions

Dit is niet zozeer een artikel maar een overzicht van alle emoties en is relevant voor mijn onderzoek omdat ik emotie nog steeds een belangrijke schakel vind tussen interactie- en visueel ontwerp. Ik zou dit kunnen gebruiken om bijvoorbeeld eens emotie uit te diepen en wat voor een effect dit kan hebben op interactie- en visueel ontwerp.

Op de website is goed te zien wat er allemaal bij emoties komt kijken:

  • States: Hoe intens we een emotie kunnen ervaren.
  • Actions: Hoe wij in onze emotionele staat kunnen reageren.
  • Triggers: een trigger is iets om ons heen of in onze gedachten dat ervoor zorgt dat we een emotie voelen.
  • Moods: Een langdurig gevolg van een emotie die het zonder trigger plots kan oproepen.
  • Calm: De basis waaruit een emotie kan groeien.

Bekijk op de website van Atlas of Emotions hoe de emoties gekaderd zijn.

< Terug naar het overzicht

Master Design - Artikel gelezen

Artikel gelezen: Design thinking needs to think bigger

Dit artikel is relevant voor mijn onderzoek omdat we in deze master bezig zijn met het Social Design. Design Thinking is hier een onderdeel van.

Het artikel geeft aan dat Design Thinking al meer dan 15 jaar oud is en toe is aan een nieuw jasje. En komt met System Thinking als oplossing. System Thinking ziet collecties van onderlinge afhankelijkheden als een reeks die een relatie met elkaar hebben en vind dat de gevolgen die minstens zo belangrijk zijn als de individuele componenten zelf. We moeten ons gezichtsveld verbreden en verder kijken dan ons eigen probleem en de maatschappij, de wereld, als een geheel zien en daarbinnen met een oplossing komen.

Wat ik hier vooral interessant aan vind is dat Don Norman[1] in een podcast met de mannen van uxpodcast.com juist weer heeft gezegd dat we moeten stoppen met nadenken, ga het gewoon doen. We moeten als ontwerpers minder gaan Design Thinking, maar meer Design Doing. Denken is makkelijk, het daadwerkelijk doen is moeilijk.

Lees op de website van Fast CO.Design het volledige artikel.

[1] Design doing with Don Norman (Part 1) – april 15, 2016 – uxpodcast.com en Design doing with Don Norman (Part 2) – april 22, 2016 – uxpodcast.com

< Terug naar het overzicht

Design Research - Geschreven artikel

Expert gesprek – Annelies Vlasblom en Jan Hoogeveen

Voor mijn expert gesprek heb ik gesproken met Annelies Vlasblom en Jan Hoogeveen. Partners van elkaar die beide expertise belichamen die ik wil onderzoeken. Het gesprek vond plaatst op dinsdag 18 april 2017 bij hen thuis in Amsterdam.

Jan en Annelies - Expert gesprek - Master Design

Annelies is eigenaar van Zeppa, een grafisch ontwerpbureau in Amsterdam. Ze heeft algemene cultuurwetenschappen aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en grafisch ontwerpen aan het Grafisch Lyceum in Amsterdam gevolgd. En is de visuele van de twee. Jan is meer dan 15 jaar interactie ontwerper bij Enof creatieve communicatie in Utrecht. Hij heeft de minor culturele informatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam, informatie en media aan de Hogeschool van Amsterdam en sociologie aan de Universiteit Leiden gevolgd.

In dit gesprek probeer ik te weten te komen hoe zij tegen hun expertises aankijken, hoe zij het grijze gebied tussen interactie- en visueel ontwerp ervaren en wat zij zien als de bindende factor tussen hun expertises

Jan: Wat versta jij onder interactie ontwerp?

Het vormgeven aan de interactie tussen gebruiker van online product en het systeem waar het online product zich bevindt. Hierbij is de definitie van Jesse James Garrett het beste als het gaat om een online product: het is doorbladerbare online producten tegen over functionele software. Daarbij is een vliegje in een toiletpot absoluut ook interactie en niet online. Je heb in principe met alle producten die je gebruikt een interactie, zo laat de vormgeving van een handgreep bij een schuifdeur al zien hoe je deze kunt gebruiken. Vanuit mijn werkzaamheden kijk ik alleen naar online, de context van het product telt wel mee, maar is minder relevant in mijn werkzaamheden. Het maakt nog al uit of iemand vanuit een werksituatie, bijvoorbeeld een intranet bezoekt, of je voor je voor de lol een website bezoekt. De beleving daaromheen, situatie waarin je gebruik maakt, speelt daarbij absoluut een rol.

Annelies: Wat versta jij onder visueel ontwerp?

Dat is heel breed. Interactie is onderdeel van het visueel ontwerp. Het is onderdeel van het hele proces. Het visuele onderdeel is het onderdeel dat communiceert. Daarbij is interactie dus niet het enige wat contact maakt met de gebruiker, want met het visuele kun je juist ook heel erg sturend naar de gebruiker zijn. Als je het visuele weg zou laten hebben gebruikers moeite om contact te maken. Ze kunnen een prototype namelijk niet los laten, ze kunnen er niet doorheen kijken. Dat komt doordat de meeste mensen niet het geduld hebben, niet abstract kunnen denken, ze kunnen niet de vertaling maken. Bij klanten zou er op functieniveau begonnen moeten worden, maar dat werkt niet. Er moet een laag tussen zitten waarbij de vorm er al overheen ligt.

Interactie en visueel samen of apart?

Onder het genot van een kop koffie en thee geven zowel Jan als Annelies beiden aan met interactie bezig zijn. Hoewel ze beiden vinden dat functionaliteit altijd voorop staat, geven ze aan dat ze het belangrijk vinden dat er een goede gedachtewisseling en samenwerking plaats vindt tussen zowel interactie- als visueel ontwerp tijdens het gehele proces. In de discussies ontstaat dan net even een andere focus, maar dat komt uiteindelijk het resultaat ten goede. Er zit dan een gelaagdheid in een ontwerpconcept. Het werkt namelijk niet om eerst een interactie ontwerp te maken en hier vervolgens een visueel sausje op te gooien. Hoewel het veelal een gescheiden proces is, geven ze beiden ook duidelijk aan dat interactie- en visueel ontwerp door één persoon gedaan kan worden. Toch kan een samenwerking meer opleveren, omdat er dan juist meer discussie is. Het geeft een frisse blik.

Annelies: Hoe kan visueel interactiever?

Op allerlei manieren. Online tools kunnen hierbij helpen, gelijk feedback op elkaar geven. Maar ook een tool waarin een aantal standaardelementen al in zitten verwerkt. Een tool waarin je de verschillende visies kunt delen. Deze tools zijn er al, maar zouden het werkproces zeker helpen. Daarnaast zou budget heel erg helpen, we werken nu vaak met krappe budgetten. Met een ruimer budget is er meer tijd om beiden processen goed te onderzoeken.

Jan: Hoe kan interactie visueler?

Door meteen al onderdelen meer uit te werken. Als het gaat om het eindproduct dan kan het door de gebruiker veel meer een rol te laten spelen in het [ontwerp]proces. Als het gaat om klanten mee te nemen in het [ontwerp]proces naar je eindproduct dan is het goed om visie al veel meer met voorbeelden aan te tonen. Ik zou zelf graag visueler in mijn proces willen zijn, maar ik ken mijn beperkingen en ben blij dat er anderen om mij heen zijn die dat heel goed kunnen.

Terwijl we bespreken hoe interactie en visueel meer samengevoegd kan worden, vraag ik me af of er ook elementen (zowel op interactie als op visueel gebied) gestandaardiseerd kunnen worden.

Bijvoorbeeld: Je gebruikers zijn bejaarden. In de loop der jaren maak je een hele database aan met daarin alle standaarden die je voor die doelgroep vast kunt leggen. Zoals bijvoorbeeld de Adobe Color CC dat ook al kan doen. Vervolgens voer je (als je alle data hebt) de variabelen in, zoals: leeftijd, geslacht, interesse, etc. en er rolt een geheel template al voor je uit.

Waarvan zowel Annelies als Jan denken dat dit zeker kan en op sommige punten al gebeurt. Er zijn namelijk al honderden websites die kopieën van elkaar zijn, omdat er met bepaalde templates wordt gewerkt of bepaalde elementen zo vast liggen in trends en dergelijke. Hoewel de online modus zo heel krachtig en bepalend is zien Jan en Annelies dit als armoede. Het is budgettair interessant, het is een oplossing voor de kleinere bedrijven die geen goede website kunnen betalen. Maar het blijft, dat als je wil dat het goed gedaan moet worden, je het door een ontwerper moet laten doen. Een ontwerper, kan door het toevoegen van net iets anders, (creativiteit) het vele malen beter maken. Want juist door af te wijken, ontwerpkeuzes te maken, zorg je voor het verrassingselement.

Bijvoorbeeld: als blauw de standaard kleur voor bejaarden is, kan juist door af te wijken en rood te gebruiken je enorm opvallen.

Hoewel er altijd beperkingen/uniformheden zullen zijn, op het gebied van techniek (bij zowel online als offline ontwerp) zijn er altijd ontwerpers die hier uit weten te breken en de gebruiker/consument weten te verassen.

Ruimte tussen vakgebieden

De ruimte tussen de vakgebieden wordt als heel klein ervaren, ze overlapt eigenlijk. Annelies denkt dat dit misschien komt doordat Jan een redelijk visuele interactie ontwerper is en zij een interactieve visueel ontwerper. Jan vindt juist dat hij een heel functioneel ontwerper is, iets wat ook versterkt wordt door de rol die hij binnen zijn functie heeft. Hij zegt een heel functionele blik te hebben, waardoor het hem niet lukt (hoewel daar binnen zijn functie wel de ruimte voor is) om op het visuele vlak te gaan zitten. Beiden denken dat een goede samenwerking tussen beiden vakgebieden essentieel is. Ook door de ervaring die je als ontwerper hebt is het moeilijk om na jaren die ervaring los te laten en is het goed om iemand naast je te hebben die je regelmatig wakker schudt.

Een bindende factor tussen de twee expertises is volgens Annelies een zo goed mogelijk ontwerp (interactie en visueel) willen maken. Het open staan voor feedback is hierbij belangrijk. Jan denkt dat de bindende factor de gebruikerservaring is, je bent namelijk allebei bezig met het zo optimaal mogelijk maken van een product.

Wat is belangrijker emotie of functie, en waarom?

Zowel Jan als Annelies vinden allebei dat functie voorop staat. De functie moet goed zijn als basis, de emotie is hiervan niet echt los te koppelen want het gaat tenslotte over een beleving. Jan komt met het voorbeeld van Amazone. Amazone en Bol.com zijn heel functioneel, het doel is dat je een boek koopt en de emotie is secundair. Nike daarin tegen is juist heel emotioneel. Bij het neerzetten van een merk staat emotie veel meer voorop. Bij Nike is de emotie veel belangrijker, bij het verkopen van boeken blijkbaar niet, of kunnen ze het niet bedenken. Annelies geeft juist weer aan dat, hoewel het Amazone en Bol.com het misschien niet lukt, CoolBlue er juist wel weer in slaagt.

Na dit onderwerp een tijdje besproken te hebben besluit ik een wat leidende vraag te stellen. En vraag dan ook of context hierin misschien niet het belangrijkste is. Meteen sluiten ze hierbij aan.

Conclusie

Voor de conclusie heb ik de kernwoorden uit het interview verwerkt in een sketch-note (zie hieronder).

Conclusie - Expert gesprek - Master Design

Zowel interactie- als visueel ontwerp zijn onderdeel van een proces, bij beiden zou functionaliteit voorop moeten staan. Waarbij visueel ontwerp het onderdeel is dat communiceert met de gebruiker, maar alles moet binnen de juiste context worden gezien. Een website voor uitvaartondernemers heeft hele andere behoeftes dan die van een boekverkoper.

Samenwerking tussen beiden vakgebieden is essentieel. Het is altijd goed als er met een frisse blik naar je jouw deel van het ontwerp wordt gekeken, daarom moet je altijd open staan voor feedback, want alleen zo krijg je gelaagdheid in je eindproduct. Niet alles kan gestandaardiseerd worden, want een

Overview onderzoek

Voor mij was dit gesprek van groot belang. Hier kwamen namelijk een paar kernwoorden naar voren die leiding geven aan de voortgang van mijn onderzoek. Ik raak namelijk steeds meer gefascineerd door het proces waar zowel de interactie- als visueel ontwerper mee te maken krijgt. Proces en flow zal dan ook het volgende zijn waar ik mij in ga verdiepen. Wat is een goede flow en hoe kun je dit toepassen om een ontwerptraject zo essentieel mogelijk in te richten?

Hoewel het gesprek nog iets verder gaat over welke functionele items voor hen een emotionele waarde hebben, heb ik besloten dit verder te verwerken in mijn opdracht van de Living Atlas. Hierin ga ik meer mensen in het werkveld vragen welke functionele items voor hen een emotionele waarde hebben en waarom. Dit ga ik vervolgens visueel in kaart brengen.

< Terug naar het overzicht

Design Research - Geschreven artikel

Emotie vs. functie

In dit artikel probeer ik vooral mijn main trail verder uit te werken. Ik probeer grip te krijgen op de bindende factor van interactie- en visueel ontwerp. In mijn vorige blogpost (Emotie geeft duidelijke richting aan het onderzoek) schreef ik dat emotie wel eens de bindende factor zou kunnen zijn. Ook gaf ik daar aan dat, naar mijn gevoel, het niet alleen emotie kan zijn die de binnende factor is. Ik kwam dan ook het boek van Herbert Read tegen, iemand waarbij functie boven emotie staat.

In dit artikel probeer ik een mening te vormen wat voor mij belangrijk is: emotie of functie. Hiervoor probeer ik de visie van Don Norman en Herbert Read te doorgronden. Twee mensen die pioniers in de ontwerp wereld zijn.

Herbert Read

Herbert Reaad is een dichter, kunstfilosoof en kunstcriticus. In het begin van de twintigste eeuw schreef hij tal van boeken over kunst en esthetica. Hij was redacteur van het Burlington Magazine (een kritisch magazine op de kunstwereld van vandaag), hij heeft als curator van het Victoria & Albert Museum gewerkt en hij is mede-oprichter van het Institute of Contemporary Arts.

Bij Read staat functie voorop, Read is dan ook een echte modernist. Het modernisme gaat over het vinden van nieuwe manieren ontdekken voor het maken van kunst. Het gaat dan ook vooral om het herdefiniëren van de kunst. Deze stroming heeft abstracte kunst ontwikkeld.

In zijn boek Art and industry[1] schrijft hij bijvoorbeeld: “In het algemeen is er niets dat we te maken en gebruiken dat onze zintuigen niet bezighouden met de prestaties van sommige biologische functie. Zelfs als er geen fysiek contact is met vervaardigde items, moeten we naar hen kijken, en het oog zelf is een orgaan onderworpen aan biologische wetten van de waarneming: reacties, hoe subtiel ook, van plezier en pijn. We kunnen dus concluderen dat het organische principe de is basis voor al onze activiteiten, die we ontwerpen met betrekking tot onze lichaamsfuncties.”

Herbert Read was ook iemand die komt uit een periode waar massa productie centraal stond. Een periode waarin een artiest iets ontwerpt dat vervolgens door de grote massa geconsumeerd kan worden. Daarbinnen vond Read dat de fabriek zich moest aanpassen aan de artiest en niet de andersom.

Herbert Read - Functie ontwerp

Don Norman

Zoals ik in mijn vorige proces artikel beschreef is Don Norman is directeur van The Design Lab op de universiteit van San Diego in California en staat bekend om zijn expertise op het gebied van design, usability, en cognitieve wetenschap (waar hij al veel publicaties over uitgebracht). Hij is tevens mede-oprichter en adviseur bij de Nielsen Norman Group.

In tegenstelling tot Read gaat het bij Norman juist om een combinatie tussen emotie, verhaal en functie. En komt hij vooral uit het postmodernisme. Het postmodernisme is een reactie op het modernisme en gaat over het in twijfel trekken van de bestaande verhalen op het gebied religie, politiek, wetenschap en kunst. Het gaat uit van reflectie, mogelijkheden en vooruitgang.

Norman geeft hier een mooi voorbeeld van in zijn boek Emotional design[2]. Hier haalt hij aan dat we te maken hebben met drie verschillende aspecten als we over emotie praten (zie mijn vorige artikel: Emotie geeft duidelijke richting aan het onderzoek). Een van deze aspecten is het reflecterende aspect wat gaat over; kan ik er een verhaal over vertellen? En haalt zijn drie theepotten aan als voorbeeld. Ze zijn niet allemaal even functioneel, maar ik kan er een mooi verhaal mee vertellen.

Theepotten met een verhaal - Don Norman

Een ander voorbeeld van zijn postmodernisme komt ook erg naar voren in zijn gesprek met de mannen van uxpodcast.com[3]. Hier zegt hij namelijk dat we dingen niet voor waarheid moeten aannemen. Er moet een gesprek ontstaan, want alleen zo worden we slimmer. Over emotie zegt hij in deze podcast dat het wordt gegenereerd door verschillende systemen in de hersenen met verschillende tijdmechanisme die ook op schillende manieren worden getriggerd.

Dit alles sluit aan bij iemand die uit een periode komt waar de gebruiker centraal staat. Als een consument (de gebruiker in dit geval) niet kan vinden wat hem aanstaat, dan gaan hij online om vervolgens zelf te produceren wat hij willen.

Don Norman - Emotie ontwerp

Conclusie

Ik ben van mening dat zowel emotie als functie een grote rol spelen bij een ontwerp proces. Hoewel emotie steeds relevanter is geworden in de 21ste eeuw en Norman hierdoor relevanter is geworden, denk ik dat we de basis van een ontwerp en waarvoor voor we het ontwerpen niet vergeten en dit zal (zoals Read zegt) altijd betrekking hebben op onze lichaamsfuncties. Wel ben ik benieuwd naar hoe wij emoties aan functionele objecten geven. Dit is dan ook iets wat ik verder wil onderzoeken.

Overview onderzoek

Nadat ik met mijn coach (docent WdKA) had gesproken heb ik voor nu mijn trails iets anders ingedeeld. De main trail moet onderzoek doen naar de bindende factor tussen interactie- en visueel ontwerp. Hierbij ben ik nu emotie en dat wat daar boven ligt vooral aan het onderzoeken. Mijn side trail wordt het onderzoek naar een goede flow. Deze twee trails moeten leiding gaan geven aan eventuele vervolgstappen. Hierbij laat ik de tweede side trail (Andere sectoren, Gaming, product, Artificial intelligence) nu even buiten beschouwing.

[1] Read, Herbert, and Herbert Edward Read. Art and industry: the principles of industrial design. Faber and Faber, 1966.

[2] Norman, Donald A. Emotional design: Why we love (or hate) everyday things. Basic books, 2004.

[3] Design doing with Don Norman (Part 1) – april 15, 2016 – uxpodcast.com en Design doing with Don Norman (Part 2) – april 22, 2016 – uxpodcast.com

< Terug naar het overzicht